Frauenliebe und -Leben
Robert Schumann (1810-1856) ging in het najaar van 1830 piano studeren bij Friedrich Wieck in Leipzig, en trok daartoe bij hem en zijn dochter Clara (1819-1896), die reeds een heuse carrière had als concertpianiste, in. Schumann verloor onmiddellijk zijn hart aan dit jonge pianowonder. Na veel verzet van vader Wieck, huwde hij haar in 1840. In dat gezegende jaar componeerde Schumann in zijn euforie een massa liederen, waaronder zijn bekendste cycli. Twee van die cycli schreef hij speciaal voor zijn vrouw: Myrthen (opus 25) en Frauenliebe und -Leben, op tekst van Adelbert von Chamisso (1781-1838). Deze laatste cyclus overloopt het leven van een vrouw: haar eerste verliefdheid, met haar verwarring en gelukzaligheid, de verbazing dat hij haar liefde beantwoordt, geluk en opwinding op haar huwelijksdag, tranen van geluk wanneer er een kindje op komst is, en totale vreugde wanneer ze haar kindje in de armen houdt, tot de totale verslagenheid bij het overlijden van haar man.
Na een zeer succesvolle productie van Brittens The Rape of Lucretia in Nederland, werd de Britse mezzo Nancy Evans, die de titelrol vertolkte, gevraagd terug te komen voor een reeks recitals in januari 1948. Britten (1913-1976) stelde haar voor een nieuwe liedcyclus te componeren, bestaande uit wiegeliedjes. De zoektocht begon naar poëzie voor dit werk, waarin verschillende emoties en stijlen aan bod kwamen. Dit verklaart de onbekendheid van enkele van de gekozen dichters. De cyclus, opgedragen aan de zangeres, werd A Charm of Lullabies gedoopt. Charm is de verzamelnaam voor een vlucht goudvinken, afgeleid van het Latijnse woord voor lied of toverspreuk carmen. (Zie voorwoord van Eric Crozier, echtgenoot van Nancy Evans, in de uitgave van de partituur bij Boosey and Hawkes.)
Deze vijf liederen voor mezzo op tekst van Mary Stuart, vormen wellicht de meest sombere liedcyclus die Schumann componeerde. Mary Stuart, de beroemde katholieke koningin van Schotland (1542-1587), was voor korte tijd ook koningin van Frankrijk. Deze liedcyclus begint met haar afscheid van Frankrijk, na het vroegtijdige overlijden van haar man Frans II. Mary was toen 18 jaar oud. In het tweede lied vraagt ze het leven te zegenen van haar pas geboren zoon Jacob (1566-1625) die één jaar later haar reeds zou opvolgen als koning van Schotland, nadat ze zelf werd afgezet. Mary vluchtte naar Engeland, waar haar protestantse nicht Elisabeth I de plak zwaaide. Die zag de komst van Mary als een bedreiging voor haar troon, en liet haar opsluiten. De laatste drie liederen dateren uit die twintig jaar lange gevangenschap. De oorspronkelijke opstandigheid gaat over in wanhoop en evolueert uiteindelijk naar berusting, waarin haar katholieke geloof een doorslaggevende rol speelde.
In deze reeks Spaanse liefdesliederen, op tekst van Fernando Periquet (1873-1940) geeft Enrique Granados (1867-1916) klank aan een hele reeks vrouwen die elk om beurten ons laten kennis maken met de liefde in hun leven: met hun majo. Bedrogen vrouwen, smoorverliefde vrouwen, treurende vrouwen, uitdagende vrouwen, … maken in het laatste lied uiteindelijk plaats voor het alom bekende cliché: “Ze zeggen dat mijn lief lelijk is, … maar ja, de liefde is blind.”
Deze twee liederen zijn net als Frauenliebe und -Leben in 1840 gecomponeerd, ook op tekst van Chamisso. Opus 31 vormt geen cyclus, maar bestaat uit enkele vrouwenportretten. In Die Löwenbraut maken we kennis met de dochter van een opzichter uit de dierentuin. Ze gaat afscheid nemen van de leeuw waarmee ze opgegroeid is, omdat ze later die dag gaat trouwen. Wanneer de leeuw de bruidegom ziet verschijnen, wordt de leeuw echter woest en verhindert hij op bloederige wijze dat het meisje ooit aan iemand anders dan hemzelf zal toebehoren. Het geweerschot van de bruidegom komt te laat: de leeuw blaast zijn laatste adem uit over het lijk van zijn teerbeminde. In Die Kartenlegerin voorspelt een ander jong meisje stiekem haar eigen toekomst, terwijl haar moeder een dutje doet: de enkele tegenslagen worden ruimschoots gecompenseerd door uitzinnige rijkdom en overvloedige liefde, tot het ontwaken van haar moeder haar weer met haar beide voeten op de grond brengt.